Thuiskomst
Het is 9 dagen geleden dat ik van de Monte de Gozo afdaalde naar het eindpunt, het graf van Jakobus in de kathedraal van Santiago. Hoe emotioneel ik die laatste kilometers en de eerste uren na aankomst beleefde heb ik beschreven in mijn bericht van 10-10-2007. Gelukkig had ik vóór mijn thuisreis op zaterdag nog 2 1/2 dag om op mijn gemak rond te kijken in Santiago. Op donderdag kon ik opnieuw de dagelijkse mis van 12.00u. meemaken. Direct aan het begin werden de aangekomen pelgrims van de dag ervoor genoemd, niet met naam maar wel de nationaliteit en in volgorde van vertrekpunt. Op woensdag 10 oktober was ik blijkbaar van het verst weg gekomen, want als eerste werd genoemd: een Hollander vertrokken vanuit Holland. Aan het eind van de mis had ik het grote geluk het zwaaien van het gigantische wierookvat mee te mogen maken. Normaal gebeurt dat alleen bij speciale gelegenheden, maar die dag was er een delegatie uit Nigeria aanwezig die betaald had voor de act met het wierookvat. Wat een spektakel! Ooit was dat enorme vat mede bedoeld om de stank van de pelgrims te verdrijven. Hoe nodig dat was kreeg ik zelf pas later in de gaten, daar kom ik straks nog op terug. Na afloop stond het volk bij wijze van spreken op de banken. Een daverend applaus klaterde door de kerk, niet iets wat je bij een mis zou verwachten, maar het paste in dit geval heel goed bij het spectaculaire gebeuren.
Verder heb ik erg van de stad genoten. Tijdenlang in de zon op het plein voor de kathedraal zittend, kijkend naar wie er allemaal arriveerden, liet ik het voltooid zijn van mijn tocht nog eens goed op mij inwerken. Ook ‘s avond ging ik weer terug naar het plein, waar dan Gallicische muziekgroepen spontaan optraden. Veel souvenirswinkels bekeken natuurlijk en gelukkig in de stad en bij het eten ook nog een aantal bekenden van de laatste weken gesproken. Helaas lang niet iedereen, maar ik was er inmiddels goed aan gewend dat dat kenmerkend is voor contacten op de Camino: heel intensief maar tegelijk ook vluchtig, in die zin dat je de mensen ook zo weer kwijt raakt. Op vrijdag ben ik met de lijnbus naar Finisterre geweest. Best een lange reis, ongeveer 3 uur, door een schitterend landschap. Kaap Finisterre zelf baadde op die dag in de zon zodat ik daar een paar aangename uurtjes kon rondbrengen. Wat een uitzicht over de onmetelijke oceaan! Ik ben blij dat ik Finisterre gezien heb maar ik ben even blij dat ik er niet te voet heen gegaan ben. Daarvoor deed de plek mij gevoelsmatig veel te weinig.
Op zaterdag was het tijd om terug te reizen naar huis. Nog één keer door het centrum van Santiago gelopen en in de kathedraal afscheid genomen van Jakobus, en daarna met de bus naar het vliegveld. Een heel relaxte vliegreis volgde, met Air Berlin via Mallorca naar Schiphol. Bij aankomst op Schiphol (23.00u.) stonden Anita, Ruben en Sas, Gideon en mijn zus Gerda mij op te wachten, heerlijk! Ik maakte direct indruk met mijn bruine kleur en mijn slanke postuur. En, niet te vergeten, de speciale pelgrimsgeur. En dat terwijl ik kleren aanhad die ik nauwelijks gedragen had!
De volgende dag, na een grondige schrobbeurt, gezellig met zijn allen uit eten geweest. Gideon bood mij daarbij het bij zijn werkgever gedrukte eerste deel van mijn weblog (tot half september) in boekvorm aan. Wat een fantastisch geschenk, ik was heel blij met zo’n blijvende herinnering! Het tweede deel volgt over een paar weken, als alles is afgerond. Uiteraard direct de beide moeders bezocht, en verder buren en collega’s gesproken. Overal mijn verhaal gedaan, waarbij mij steeds weer opviel hoe fragmentarisch het eruit komt en hoe weinig ik concreet antwoord kon geven op gerichte vragen als: ‘wat heeft het met je gedaan, wat is er veranderd?’. Toch ga ik proberen een terugblik te geven. Geen afgeronde terugblik, want daar is mijn ervaring nog veel te vers voor. Bovendien ben ik voorlopig nog niet terug in de dagelijkse sleur (pas tegen de kerst ga ik weer aan het werk!), waardoor ik geen idee heb of ik dat werk nu anders zal beleven. Het is best moeilijk om weer te geven wat ik van mijn tocht vond. Dat begint al met het gevoel dat ik twéé tochten heb gemaakt, een eenzame in België en Frankrijk en een collectieve op de Spaanse Camino Francés. Deze twee delen zijn nauwelijks met elkaar te vergelijken. Maar uiteindelijk, hoe indringend de contacten in Spanje soms waren, het eenzaam pionieren en het avontuur in met name Frankrijk is mij het best bevallen. Ik denk dan aan het zelfvertrouwen dat ik onderweg in Frankrijk kreeg door het zo gemakkelijk doorkruisen van het land, zonder enige kennis van het Frans, maar evenzeer aan alle spannende nachten op verlaten campings, in het bos en op alle andere plaatsen waar ik helemaal alleen was. Dat was met recht een spannend jongensboek! De Camino was mij soms te massaal, vooral in de Pyreneeën en in Galicië. Bovendien was het avontuur in de vorm van onderdak zoeken, internetadresjes zoeken en route uitstippelen helemaal verdwenen.
Lichamelijk gezien was deze tocht voor mij vrij gemakkelijk te doen, grote delen verliepen zelfs geheel probleemloos. Met name in de bossen van Les Landes en op de Spaanse meseta (niet toevallig 2 gebieden met een monotoon én vlak landschap) liep ik als een speer, net als tijdens mijn laatste dagen in Galicië. In het begin had ik wel last van blaren die maar langzaam genazen, maar dat was dan ook het enige. Nooit was ik door vermoeidheid aan het eind van mijn latijn, nooit had ik spierpijn. Gemiddeld liep ik 28,19 kilometer per dag (2255 km. in 80 dagen), waar ik vooraf uitgegaan was van 25 km. per dag. Mijn dagafstanden werden vooral bepaald door het voorhanden zijn van overnachtingsplekken. Zo moest ik in Frankrijk steeds een paar dagen vooruit de afstanden plannen om zoveel mogelijk gebruik te kunnen maken van de soms schaarse campings. Het kwam voor dat ik daardoor soms meer dan 40 km. op een dag liep. De totaal af te leggen afstand schatte ik vooraf in op 2500 kilometer, maar achteraf bleek dit te hoog. Mijn schatting was gebaseerd op reisverslagen van anderen op dezelfde route, die wel tot een afstand van 2600 tot 2700 km. kwamen. Het dragen van de rugzak met een gewicht van 13 kilo was vooral in het begin wel een letterlijke last. De eerste maand stopt ik zo om het uur om de schouders te ontlasten, daarna werd dat rusten minder en minder totdat ik in Spanje de rugzak niet eens meer voelde. Mijn tentje van 1,5 kilo was toen al teruggestuurd naar huis. Iets anders lichamelijks: onderweg ben ik 10 kilo lichter geworden, merkwaardig genoeg geburde dat al in de eerste 4 weken. Daarna ging er niets meer af, wellicht door al die lekkere croissants.
Praktische zaken als eten, onderdak én de weg vinden leverden nooit onoverkomelijke problemen op, al was het in Frankrijk soms erg moeilijk om een geopende winkel te vinden. Door direct gebruik te maken van de schaarse mogelijkheden kwam ik gelukkig nooit zonder eten te zitten. Een enkele keer verlegde ik mijn route naar een iets grotere plaats, om de kans op een geopende winkel te vergroten. Slapen gebeurde op de meest uiteenlopende plekken, zoals kloosters, jeugdherbergen, een enkele refuge, campings, een hooizolder, een schouwburgje, een aantal keren gewoon met mijn tentje in het wild. Soms was dat alleen overnachten op duistere plekken beslist eng te noemen. In Spanje was het slapen simpel: overal langs de route waren albergues (refugios) voor pelgrims. Wat de route betreft: ik ben nooit de weg kwijtgeraakt! De routeboekjes met kaartje en aanwijzing voldeden uitstekend. Vanaf Tours kwam daar ook bewegwijzering bij, eerst schaars maar gaandeweg steeds vaker totdat het in Spanje eigenlijk wel zonder routebeschrijving kon. Op iedere straathoek vind je daar bordjes of gele pijlen.
Qua weer koester ik nu de herinnering aan heel veel zon, omdat de laatste 5 weken op een enkele dag na de zon onafgebroken scheen en er overdag geen regen van betekenis meer viel. Het eerste deel van mijn tocht, tot ongeveer ter hoogte van Bordeaux, was geheel anders. Veel regen en wind, enkele dagen zoveel regen dat de straten rivieren werden. Rond Tours stopte ik zelfs 2 keer voortijdig omdat doorlopen niet verantwoord meer was. De voeten zouden helemaal stuk gelopen worden en, net zo belangrijk, hoe krijg je je schoenen weer droog voor de dag van morgen?
Wat de geestelijke aspecten van mijn pelgrimstocht betreft, daar wil ik wel het één en ander over zeggen. In de eerste plaats heb ik ervaren dat een tocht van deze lengte geestelijk zwaarder is dan lichamelijk. Dat begon al gelijk met het afscheid nemen voor een periode die je op dat moment als eindeloos ziet. In die zin was de eerste dag meteen ook de zwaarste! Daarnaast moest ik mij mentaal steeds opnieuw opladen voor het lopen van de dagelijkse afstand, zonder mij negatief te laten beïnvloeden door gedachten over hoever Santiago nog wel was. Toen Santiago uiteindelijk wel dichterbij kwam bleek mijn mentale bron opgedroogd te zijn, in mijn laatste dagberichten lees je over mijn toegroeien naar het afsluiten van de tocht en het terugkeren naar huis.De geestelijke inspanning werd echter vanaf dag één meer dan gecompenseerd door de bijzondere ontmoetingen en gesprekken onderweg! Zo goed als dagelijks gebeurde er wel iets op dat gebied wat mij weer nieuwe energie gaf. Uitschieters waren in de beginperiode de overnachtingen in 3 kloosters. De inkijk die ik kreeg in de sobere en serene geloofsbeleving van de kloostergemeenschap raakte mij diep, vooral door de voor mij voelbare eerbied en respect voor God. Tegelijk ging er, kijkend naar het handjevol oude broeders, een noodlotsgedachte door mij heen: ‘Nog 20 jaar, dan is dit weg. Is dit al wat over is van onze eeuwenoude westerse religieuze traditie? Wie beschermt ons dan tegen voortwoekerend materialisme? Of tegen onverdraagzame andere geloofsbelevingen?’. In die streken, zo’n beetje tot Midden-Frankrijk, dacht ik regelmatig over Europa als ‘avondland’, een benaming die mij voorheen nooit zoveel zei maar die nu bijna tastbaar vorm kreeg door de sfeer in de kloosters en door de vele eeuwenoude en vaak tot ruïne vervallen kerkelijke bouwwerken op mijn route. Op de Spaanse Camino kreeg het geestelijke aspect vooral vorm door de vele gesprekken met medepelgrims, regelmatig heel indringend. Achteraf gezien zijn de gesprekken en gedachten tijdens mijn verblijf (op 18 sept.) in de Nederlandse evangelische albergue in Villamayor de Monjardin doorslaggevend geweest voor mijn geestelijk beleven van de Camino. Dat gevoel van doorgebroken inzicht had ik direct de volgende dag al. Dáár wist ik voor het eerst sinds jaren een bevredigend antwoord te formuleren op de vraag: Wat is de zin van mijn leven? (zie berichten 19-09-2007 en 29-09-2007) Een antwoord dat mij lange tijd werd voorgehouden, maar waar ik eerst bijna 2000 km. voor moest lopen om het werkelijk te doorgronden.
Wat heeft de tocht mij nog meer gebracht? Herhaaldelijk heb ik gesproken over rust, optimisme en dat soort dingen, maar wat nog meer? Een mildere kijk op geloofswaarden hoort daar zeker bij. Ik zie nu weer in dat het voor een deel mijn ‘roots’ zijn, een soort van nestgeur die altijd bij mij blijft. Daarnaast wil ik noemen het besef van eindigheid van alles, en vooral de acceptatie van eindigheid. Een pelgrimstocht is een heldere metafoor van die eindigheid, in die zin dat er een heel duidelijk begin en einde aan zit, plus een eindeloos lijkend middenstuk. In mijn leven zit ik nu nog in het eindeloze middenstuk, maar hoe lang nog? Gedachten als: ‘Kon het (kon ik) maar altijd zo blijven!’ speelden denkend over het leven altijd door mij heen. En opeens (zie bericht 29-09-2007), zomaar in een supermarktje in León, viel het op z’n plaats. Bij het beluisteren van Queen’s ‘Who wants to live forever?’ antwoordde ik inwendig direct: ‘Nou, ik niet meer, het leven is mooi zoals het is!’
Wat de tocht voor mijn band met thuis heeft betekend, daarover ben ik de laatste weken in mijn berichten duidelijk geweest. Mijn gevoel van thuishoren bij degenen die ik achterliet is danig versterkt. Qua werk (niet qua collega’s!) ligt dat heel anders. Op dat punt heeft Jakobus mij geen antwoord gegeven, waarbij ik dan direct moet zeggen dat ik hem dat ook niet rechtstreeks gevraagd heb. Daarvoor was ik tijdens het wandelen toch teveel met het hier en nu (en soms een beetje met thuis) bezig. Dat mij helemaal niets is ingevallen over hoe het nu met werk verder moet kan natuurlijk ook betekenen dat ik nu goed zit en er gewoon maar weer het beste van moet zien te maken. Hoewel ik mijn hart vasthoud, hoop ik met de herwonnen energie een nieuwe start te kunnen maken. Hoe het echt zal gaan zal pas blijken als over 2 maanden weer achter mijn bureau ga zitten.
Jakob was op zoek naar Jakobus. Heb ik hem ook gevonden? In letterlijke zin wel, ik heb zijn beeld zelfs omhelsd (zie mijn vorige bericht) en ben langs de kist met zijn stoffelijke resten gelopen. Zijn kathedraal heb ik dagenlang bewonderd, maar als niet-katholiek blijft het toch vooral een heel mooie legende voor mij. Misschien is het wel anders, misschien heb ik in plaats van Jakobus wel mijzelf gevonden. Qua naam zo goed als gelijk, maar ik zeg het aarzelend. Ik denk dat er tijd overheen moet gaan om dit echt zo te kunnen zeggen. Nu heb ik slechts de hoop dat ingezette veranderingen blijvend zijn.
Nog één keer wil ik zeggen dat het bijhouden van dit weblog voor mij geen enkele belasting vormde, integendeel: het was een dagelijks terugkerend hoogtepunt! Behalve dat ik met name in Frankrijk op de gekste plaatsen uitkwam, dwong het mij als het ware om mijn gedachten en ervaringen te sorteren op belangrijkheid. Wat is de moeite waard om te vertellen? Ik heb steeds getracht impressies te geven van datgene dat mij echt raakte, en zoveel mogelijk van mijn gevoel tijdens het lopen over te brengen. Dat de verhalen daardoor deels luchtig en altijd optimistisch van toon werden: dát was exact mijn gevoel tijdens deze tocht! Dat zoveel mensen mijn berichten lazen en er zo enthousiast op reageerden had ik vooraf niet kunnen denken. Ik was onderweg dan ook onder de indruk van wat mijn verhaaltjes allemaal losmaakten. Iedereen wil ik hartelijk bedanken voor zijn of haar reacties: ze waren een grote steun voor mij om op de ingeslagen weg door te gaan! En ze deden mij beseffen dat ik thuis toch wel heel wat had achtergelaten!
Tot slot bedank ik Anita, die mij deze ervaring enthousiast gegund heeft. Dat zij het thuis zo fantastisch gered heeft, daar ben ik trots op! Mijn ansichtkaart van het Cruz de Ferro hangt aan ons prikbord, als herinnering aan wat ik daar aan haar beloofd heb (zie bericht 02-10-2007).
Jakob
