Thuiskomst

Het is 9 dagen geleden dat ik van de Monte de Gozo afdaalde naar het eindpunt, het graf van Jakobus in de kathedraal van Santiago. Hoe emotioneel ik die laatste kilometers en de eerste uren na aankomst beleefde heb ik beschreven in mijn bericht van 10-10-2007. Gelukkig had ik vóór mijn thuisreis op zaterdag nog 2 1/2 dag om op mijn gemak rond te kijken in Santiago. Op donderdag kon ik opnieuw de dagelijkse mis van 12.00u. meemaken. Direct aan het begin werden de aangekomen pelgrims van de dag ervoor genoemd, niet met naam maar wel de nationaliteit en in volgorde van vertrekpunt. Op woensdag 10 oktober was ik blijkbaar van het verst weg gekomen, want als eerste werd genoemd: een Hollander vertrokken vanuit Holland. Aan het eind van de mis had ik het grote geluk het zwaaien van het gigantische wierookvat mee te mogen maken. Normaal gebeurt dat alleen bij speciale gelegenheden, maar die dag was er een delegatie uit Nigeria aanwezig die betaald had voor de act met het wierookvat. Wat een spektakel! Ooit was dat enorme vat mede bedoeld om de stank van de pelgrims te verdrijven. Hoe nodig dat was kreeg ik zelf pas later in de gaten, daar kom ik straks nog op terug. Na afloop stond het volk bij wijze van spreken op de banken. Een daverend applaus klaterde door de kerk, niet iets wat je bij een mis zou verwachten, maar het paste in dit geval heel goed bij het spectaculaire gebeuren.

Verder heb ik erg van de stad genoten. Tijdenlang in de zon op het plein voor de kathedraal zittend, kijkend naar wie er allemaal arriveerden, liet ik het voltooid zijn van mijn tocht nog eens goed op mij inwerken. Ook ‘s avond ging ik weer terug naar het plein, waar dan Gallicische muziekgroepen spontaan optraden. Veel souvenirswinkels bekeken natuurlijk en gelukkig in de stad en bij het eten ook nog een aantal bekenden van de laatste weken gesproken. Helaas lang niet iedereen, maar ik was er inmiddels goed aan gewend dat dat kenmerkend is voor contacten op de Camino: heel intensief maar tegelijk ook vluchtig, in die zin dat je de mensen ook zo weer kwijt raakt. Op vrijdag ben ik met de lijnbus naar Finisterre geweest. Best een lange reis, ongeveer 3 uur, door een schitterend landschap. Kaap Finisterre zelf baadde op die dag in de zon zodat ik daar een paar aangename uurtjes kon rondbrengen. Wat een uitzicht over de onmetelijke oceaan! Ik ben blij dat ik Finisterre gezien heb maar ik ben even blij dat ik er niet te voet heen gegaan ben. Daarvoor deed de plek mij gevoelsmatig veel te weinig.   

Op zaterdag was het tijd om terug te reizen naar huis. Nog één keer door het centrum van Santiago gelopen en in de kathedraal afscheid genomen van Jakobus, en daarna met de bus naar het vliegveld. Een heel relaxte vliegreis volgde, met Air Berlin via Mallorca naar Schiphol. Bij aankomst op Schiphol (23.00u.) stonden Anita, Ruben en Sas, Gideon en mijn zus Gerda mij op te wachten, heerlijk! Ik maakte direct indruk met mijn bruine kleur en mijn slanke postuur. En, niet te vergeten, de speciale pelgrimsgeur. En dat terwijl ik kleren aanhad die ik nauwelijks gedragen had!

De volgende dag, na een grondige schrobbeurt, gezellig met zijn allen uit eten geweest. Gideon bood mij daarbij het bij zijn werkgever gedrukte eerste deel van mijn weblog (tot half september) in boekvorm aan. Wat een fantastisch geschenk, ik was heel blij met zo’n blijvende herinnering! Het tweede deel volgt over een paar weken, als alles is afgerond. Uiteraard direct de beide moeders bezocht, en verder buren en collega’s gesproken. Overal mijn verhaal gedaan, waarbij mij steeds weer opviel hoe fragmentarisch het eruit komt en hoe weinig ik concreet antwoord kon geven op gerichte vragen als: ‘wat heeft het met je gedaan, wat is er veranderd?’. Toch ga ik proberen een terugblik te geven. Geen afgeronde terugblik, want daar is mijn ervaring nog veel te vers voor. Bovendien ben ik voorlopig nog niet terug in de dagelijkse sleur (pas tegen de kerst ga ik weer aan het werk!), waardoor ik geen idee heb of ik dat werk nu anders zal beleven. Het is best moeilijk om weer te geven wat ik van mijn tocht vond. Dat begint al met het gevoel dat ik twéé tochten heb gemaakt, een eenzame in België en Frankrijk en een collectieve op de Spaanse Camino Francés. Deze twee delen zijn nauwelijks met elkaar te vergelijken. Maar uiteindelijk, hoe indringend de contacten in Spanje soms waren, het eenzaam pionieren en het avontuur in met name Frankrijk is mij het best bevallen. Ik denk dan aan het zelfvertrouwen dat ik onderweg in Frankrijk kreeg door het zo gemakkelijk doorkruisen van het land, zonder enige kennis van het Frans, maar evenzeer aan alle spannende nachten op verlaten campings, in het bos en op alle andere plaatsen waar ik helemaal alleen was. Dat was met recht een spannend jongensboek! De Camino was mij soms te massaal, vooral in de Pyreneeën en in Galicië. Bovendien was het avontuur in de vorm van onderdak zoeken, internetadresjes zoeken en route uitstippelen helemaal verdwenen.

Lichamelijk gezien was deze tocht voor mij vrij gemakkelijk te doen, grote delen verliepen zelfs geheel probleemloos. Met name in de bossen van Les Landes en op de Spaanse meseta (niet toevallig 2 gebieden met een monotoon én vlak landschap) liep ik als een speer, net als tijdens mijn laatste dagen in Galicië.  In het begin had ik wel last van blaren die maar langzaam genazen, maar dat was dan ook het enige. Nooit was ik door vermoeidheid aan het eind van mijn latijn, nooit had ik spierpijn. Gemiddeld liep ik 28,19 kilometer per dag (2255 km. in 80 dagen), waar ik vooraf uitgegaan was van 25 km. per dag. Mijn dagafstanden werden vooral bepaald door het voorhanden zijn van overnachtingsplekken. Zo moest ik in Frankrijk steeds een paar dagen vooruit de afstanden plannen om zoveel mogelijk gebruik te kunnen maken van de soms schaarse campings. Het kwam voor dat ik daardoor soms meer dan 40 km. op een dag liep. De totaal af te leggen afstand schatte ik vooraf in op 2500 kilometer, maar achteraf bleek dit te hoog. Mijn schatting was gebaseerd op reisverslagen van anderen op dezelfde route, die wel tot een afstand van 2600 tot 2700 km. kwamen. Het dragen van de rugzak met een gewicht van 13 kilo was vooral in het begin wel een letterlijke last. De eerste maand stopt ik zo om het uur om de schouders te ontlasten, daarna werd dat rusten minder en minder totdat ik in Spanje de rugzak niet eens meer voelde. Mijn tentje van 1,5 kilo was toen al teruggestuurd naar huis. Iets anders lichamelijks: onderweg ben ik 10 kilo lichter geworden, merkwaardig genoeg geburde dat al in de eerste 4 weken. Daarna ging er niets meer af, wellicht door al die lekkere croissants.

Praktische zaken als eten, onderdak én de weg vinden leverden nooit onoverkomelijke problemen op, al was het in Frankrijk soms erg moeilijk om een geopende winkel te vinden. Door direct gebruik te maken van de schaarse mogelijkheden kwam ik gelukkig nooit zonder eten te zitten. Een enkele keer verlegde ik mijn route naar een iets grotere plaats, om de kans op een geopende winkel te vergroten. Slapen gebeurde op de meest uiteenlopende plekken, zoals kloosters, jeugdherbergen, een enkele refuge, campings, een hooizolder, een schouwburgje, een aantal keren gewoon met mijn tentje in het wild. Soms was dat alleen overnachten op duistere plekken beslist eng te noemen. In Spanje was het slapen simpel: overal langs de route waren albergues (refugios) voor pelgrims. Wat de route betreft: ik ben nooit de weg kwijtgeraakt! De routeboekjes met kaartje en aanwijzing voldeden uitstekend. Vanaf Tours kwam daar ook bewegwijzering bij, eerst schaars maar gaandeweg steeds vaker totdat het in Spanje eigenlijk wel zonder routebeschrijving kon. Op iedere straathoek vind je daar bordjes of gele pijlen.

Qua weer koester ik nu de herinnering aan heel veel zon, omdat de laatste 5 weken op een enkele dag na de zon onafgebroken scheen en er overdag geen regen van betekenis meer viel. Het eerste deel van mijn tocht, tot ongeveer ter hoogte van Bordeaux, was geheel anders. Veel regen en wind, enkele dagen zoveel regen dat de straten rivieren werden. Rond Tours stopte ik zelfs 2 keer voortijdig omdat doorlopen niet verantwoord meer was. De voeten zouden helemaal stuk gelopen worden en, net zo belangrijk, hoe krijg je je schoenen weer droog voor de dag van morgen?

Wat de geestelijke aspecten van mijn pelgrimstocht betreft, daar wil ik wel het één en ander over zeggen. In de eerste plaats heb ik ervaren dat een tocht van deze lengte geestelijk zwaarder is dan lichamelijk. Dat begon al gelijk met het afscheid nemen voor een periode die je op dat moment als eindeloos ziet. In die zin was de eerste dag meteen ook de zwaarste! Daarnaast moest ik mij mentaal steeds opnieuw opladen voor het lopen van de dagelijkse afstand, zonder mij negatief te laten beïnvloeden door gedachten over hoever Santiago nog wel was. Toen Santiago uiteindelijk wel dichterbij kwam bleek mijn mentale bron opgedroogd te zijn, in mijn laatste dagberichten lees je over mijn toegroeien naar het afsluiten van de tocht en het terugkeren naar huis.De geestelijke inspanning werd echter vanaf dag één meer dan gecompenseerd door de bijzondere ontmoetingen en gesprekken onderweg! Zo goed als dagelijks gebeurde er wel iets op dat gebied wat mij weer nieuwe energie gaf. Uitschieters waren in de beginperiode de overnachtingen in 3 kloosters. De inkijk die ik kreeg in de sobere en serene geloofsbeleving van de kloostergemeenschap raakte mij diep, vooral door de voor mij voelbare eerbied en respect voor God. Tegelijk ging er, kijkend naar het handjevol oude broeders, een noodlotsgedachte door mij heen: ‘Nog 20 jaar, dan is dit weg. Is dit al wat over is van onze eeuwenoude westerse religieuze traditie? Wie beschermt ons dan tegen voortwoekerend materialisme? Of tegen onverdraagzame andere geloofsbelevingen?’. In die streken, zo’n beetje tot Midden-Frankrijk, dacht ik regelmatig over Europa als ‘avondland’, een benaming die mij voorheen nooit zoveel zei maar die nu bijna tastbaar vorm kreeg door de sfeer in de kloosters en door de vele eeuwenoude en vaak tot ruïne vervallen kerkelijke bouwwerken op mijn route. Op de Spaanse Camino kreeg het geestelijke aspect vooral vorm door de vele gesprekken met medepelgrims, regelmatig heel indringend. Achteraf gezien zijn de gesprekken en gedachten tijdens mijn verblijf (op 18 sept.) in de Nederlandse evangelische albergue in Villamayor de Monjardin doorslaggevend geweest voor mijn geestelijk beleven van de Camino. Dat gevoel van doorgebroken inzicht had ik direct de volgende dag al. Dáár wist ik voor het eerst sinds jaren een bevredigend antwoord te formuleren op de vraag: Wat is de zin van mijn leven? (zie berichten 19-09-2007 en 29-09-2007) Een antwoord dat mij lange tijd werd voorgehouden, maar waar ik eerst bijna 2000 km. voor moest lopen om het werkelijk te doorgronden.

Wat heeft de tocht mij nog meer gebracht? Herhaaldelijk heb ik gesproken over rust, optimisme en dat soort dingen, maar wat nog meer? Een mildere kijk op geloofswaarden hoort daar zeker bij. Ik zie nu weer in dat het voor een deel mijn ‘roots’ zijn, een soort van nestgeur die altijd bij mij blijft. Daarnaast wil ik noemen het besef van eindigheid van alles, en vooral de acceptatie van eindigheid. Een pelgrimstocht is een heldere metafoor van die eindigheid, in die zin dat er een heel duidelijk begin en einde aan zit, plus een eindeloos lijkend middenstuk. In mijn leven zit ik nu nog in het eindeloze middenstuk, maar hoe lang nog? Gedachten als: ‘Kon het (kon ik) maar altijd zo blijven!’ speelden denkend over het leven altijd door mij heen. En opeens (zie bericht 29-09-2007), zomaar in een supermarktje in León, viel het op z’n plaats. Bij het beluisteren van Queen’s ‘Who wants to live forever?’ antwoordde ik inwendig direct: ‘Nou, ik niet meer, het leven is mooi zoals het is!’

Wat de tocht voor mijn band met thuis heeft betekend, daarover ben ik de laatste weken in mijn berichten duidelijk geweest. Mijn gevoel van thuishoren bij degenen die ik achterliet is danig versterkt. Qua werk (niet qua collega’s!) ligt dat heel anders. Op dat punt heeft Jakobus mij geen antwoord gegeven, waarbij ik dan direct moet zeggen dat ik hem dat ook niet rechtstreeks gevraagd heb. Daarvoor was ik tijdens het wandelen toch teveel met het hier en nu (en soms een beetje met thuis) bezig. Dat mij helemaal niets is ingevallen over hoe het nu met werk verder moet kan natuurlijk ook betekenen dat ik nu goed zit en er gewoon maar weer het beste van moet zien te maken. Hoewel ik mijn hart vasthoud, hoop ik met de herwonnen energie een nieuwe start te kunnen maken. Hoe het echt zal gaan zal pas blijken als over 2 maanden weer achter mijn bureau ga zitten.

Jakob was op zoek naar Jakobus. Heb ik hem ook gevonden? In letterlijke zin wel, ik heb zijn beeld zelfs omhelsd (zie mijn vorige bericht) en ben langs de kist met zijn stoffelijke resten gelopen. Zijn kathedraal heb ik dagenlang bewonderd, maar als niet-katholiek blijft het toch vooral een heel mooie legende voor mij. Misschien is het wel anders, misschien heb ik in plaats van Jakobus wel mijzelf gevonden. Qua naam zo goed als gelijk, maar ik zeg het aarzelend. Ik denk dat er tijd overheen moet gaan om dit echt zo te kunnen zeggen. Nu heb ik slechts de hoop dat ingezette veranderingen blijvend zijn.

Nog één keer wil ik zeggen dat het bijhouden van dit weblog voor mij geen enkele belasting vormde, integendeel: het was een dagelijks terugkerend hoogtepunt! Behalve dat ik met name in Frankrijk op de gekste plaatsen uitkwam, dwong het mij als het ware om mijn gedachten en ervaringen te sorteren op belangrijkheid. Wat is de moeite waard om te vertellen? Ik heb steeds getracht impressies te geven van datgene dat mij echt raakte, en zoveel mogelijk van mijn gevoel tijdens het lopen over te brengen. Dat de verhalen daardoor deels luchtig en altijd optimistisch van toon werden: dát was exact mijn gevoel tijdens deze tocht! Dat zoveel mensen mijn berichten lazen en er zo enthousiast op reageerden had ik vooraf niet kunnen denken. Ik was onderweg dan ook onder de indruk van wat mijn verhaaltjes allemaal losmaakten. Iedereen wil ik hartelijk bedanken voor zijn of haar reacties: ze waren een grote steun voor mij om op de ingeslagen weg door te gaan! En ze deden mij beseffen dat ik thuis toch wel heel wat had achtergelaten!

Tot slot bedank ik Anita, die mij deze ervaring enthousiast gegund heeft. Dat zij het thuis zo fantastisch gered heeft, daar ben ik trots op! Mijn ansichtkaart van het Cruz de Ferro hangt aan ons prikbord, als herinnering aan wat ik daar aan haar beloofd heb (zie bericht 02-10-2007).

Jakob

10-10-2007, aankomst

Zelden heb ik 5 kilometer in zo’n rustig tempo afgelegd als vandaag! Al gelijk bij het vertrek op Monte de Gozo raakte ik hevig geëmotioneerd door het besef van wat ik gedaan heb, en wat ik allemaal meegemaakt heb. Ik heb heel bewust in mijn eentje de resterende weg afgelegd om nog één keer te ervaren wat het is om op de Camino te lopen. De route was weinig bijzonder maar dat gaf helemaal niets, het was een innerlijke intocht. De kathedraal binnengaan deed mij wat minder, waarschijnlijk omdat ik overweldigd werd door al het prachtigs buiten en binnen. Er is zoveel moois te zien, vooral het hoofdaltaar is imponerend. Uiteraard even gekeken naar de pilaar met de ingesleten handdruk van ontelbare pelgrims (aanraken mag helaas niet meer, de pilaar wordt gerestaureerd) en daarna boven achter het altaar het beeld van Jakobus van achteren omarmd. In die zin heb ik Jakobus dus gevonden!

Mijn volgende gang was naar het pelgrimsbureau, waar ik zonder wachten mijn ‘compostela’ in ontvangst kon nemen. Die compostela is een oorkonde als bewijs van het volbrengen van de pelgrimage. Terwijl ik de mijne nog zat te bekijken kwam Herbert de zijne ophalen, waardoor ik getuige was van een buitengewoon emotioneel moment: Herberts vraag om een compostela voor zijn overleden vriend. Gelukkig werd er na wat uitleg in diverse talen helemaal niet moeilijk over gedaan, hij kreeg een speciale tweede oorkonde mee! Naast het pelgrimsbureau was een winkeltje waar ik mijn compostela kon laten plastificeren en verpakken in een koker, dat geeft wat bescherming bij al dat reizen.

Daarna snel koffie en weer terug naar de kathedraal. Ik was nog op tijd om de mis van 12.00u. mee te maken. De dienst begon met het opnoemen van waar de gisteren gearriveerde pelgrims gekomen zijn (morgen ben ik dus aan de beurt). Veel ging langs mee heen, maar het erbij zijn was voor mij genoeg. Na afloop heb ik buiten een hele tijd tegenover de kathedraal tegen een muurtje gezeten, om nog eens tot mij door te laten dringen dat de tocht volbracht is. Cijfers zeggen niet veel, toch geef ik er een paar: 2255 kilometer afgelegd in 80 opeenvolgende dagen. Belangrijker is wat de tocht mij gebracht heeft! Het is nog te vroeg om precies onder woorden te kunnen brengen wat dat is, maar in ieder geval horen daar bij: rust, relativeringsvermogen, een optimistische kijk, het weer waarderen van verloren gewaande geloofswaarden, acceptatie van het eindig zijn van alles. En bovenal: het besef van dat ik thuishoor bij degenen die ik tijdelijk achterliet! 

De komende dagen ga ik hier uitgebreid rondkijken. Morgen ga ik weer naar de kathedraal om in meer gemoedsrust nogmaals de mis mee te maken en te kijken wie er dan aankomen, want daar zullen vele bekende gezichten bij zijn. Verder moeten er uiteraard souvenirs worden ingeslagen. Voor vrijdag heb ik een bustocht naar Finisterre gepland. Ik heb onderdak gevonden in een hostal, iets duurder dan een albergue maar dat heb ik nu wel verdiend!

Volgende week hoop ik na thuiskomst in een slotbericht beter onder woorden te kunnen brengen wat de Camino met mij gedaan heeft. Voor nu wil ik iedereen bedanken voor de enorme steun die jullie mij gaven door mijn berichten zo trouw te lezen en er vaak zo enthousiast en bemoedigend op te reageren. Voor mij was het schrijven geen moeite, integendeel (het was een dagelijks terugkerend feestje!), maar daarom is het nog niet vanzelfsprekend dat iedereen daar zo leuk en spontaan mee omgaat!

Tot slot een paar regels uit een gedicht dat één van jullie mij in een reactie zond, omdat die woorden goed mijn gemoedstoestand van nu weergeven: ‘Hier stolt de taal, alleen de pelgrim kan de weg ervaren’.

Hartelijke groeten vanuit Santiago de Compostela,

Jakob

Santiago !

Santiago !

09-10-2007

Wel mensen, het zit er bijna op! Met een nogal dubbel gevoel typ ik dit berichtje vanuit een cafetaria in een enorm opvangcomplex in (of moet ik zeggen óp) Monte de Gozo. Dit centrum is gebouwd voor een pausbezoek aan Santiago in 1989. Ik meen dat paus Johannes-Paulus II de laatste 5 km.(ja, zo weinig is het ook voor mij) als pelgrim te voet heeft afgelegd, of was hij toen al beperkt tot zijn pausmobiel? In de verte kan ik Santiago al zien liggen! Dubbel is mijn gevoel omdat ik enerzijds opgelucht en ontspannen ben omdat het me gelukt is (iets waar ik vooraf nauwelijks aan durfde te denken)! Anderzijds echter: het is voorbij, dit zal ik nooit meer meemaken! Op dit moment overheerst gelukkig de dankbaarheid dat ik het heb mogen meemaken, deze unieke tocht die veel van mij gevergd heeft maar mij minstens zoveel heeft gegeven!

Ik deel vannacht in dit centrum de kamer opnieuw met ‘der Herbert’. Tot twee keer toe kwam ik hem vandaag bij een koffiestop tegen. Beide keren viel mij op dat hij 2 pelgrimspaspoorten liet afstempelen. De eerste keer zei hij tegen mij dat het tweede paspoort van een vriend was. De tweede keer vroeg ik hem waar die vriend was, of hij soms achter ons liep. Herbert antwoordde toen dat zijn vriend ruim drie weken geleden in Belorado door een hartinfarct was overleden, plotseling. Herbert heeft toen alles moeten regelen (dokter, politie, overkomst familie etc.) en is daarna op aanraden van de familie toch doorgegaan. Voor de vrouw van zijn vriend stempelt hij tot aan Santiago overal diens paspoort af. Geloof me, ik stond perplex! Herbert maakt voortdurend zo’n vrolijke en relaxte indruk, dit had ik nooit kunnen denken!

Zoals ik al zei, de tocht is bijna volbracht! Vanmiddag liep ik langs het vliegveld en nu resten mij voor morgen nog slechts 5 kilometers. Net zo lang als de Via Gladiola in Nijmegen, ik hoop het hier te gaan beleven als een soort persoonlijke intocht. Verder heb ik geen idee wat ik me erbij moet voorstellen, ik laat het allemaal maar op me af komen.

Voor de laatste keer groet ik jullie van onderweg,

Jakob

08-10-2007

Op het pelgrimsmenu gisteren in een restaurant in Palas de Rei stond een specialiteit uit Galicië: gekookte kabeljauw en aardappelen die geheel doordrenkt waren met dezelfde saus. Geen idee hoe het gerecht heette want dat was echt onverstaanbaar, maar lekker dat het was! In hetzelfde gezelschap als de avond ervoor, sterk Deens gekleurd, zaten we allemaal te smikkelen. Ik raakte in gesprek met een Deense huisarts die opperde dat mijn beroep af en toe wel zwaar zou zijn. Waarop ik haar zei dat ik het werk van een huisarts pas écht zwaar vind. In 5 minuten in je eentje een diagnose stellen bij de meest uiteenlopende klachten, ga er maar aan staan. En dan nog al die mensen die eigenlijk helemaal niet ziek zijn maar wel steeds weer met klachten komen. Die daardoor aandacht en belangstelling krijgen die ze blijkbaar nergens anders kunnen krijgen (ziektewinst). De Deense benadrukte dat zij probeert de antroposofische beginselen in haar werk toe te passen, want voor haar met zich meebrengt dat zij altijd op zoek wil gaan naar psychische of sociale problematiek als achterliggende oorzaak voor een vage klacht. Maar goed, verder was het wel gezellig!

De nacht in albergue Buen Camino verliep eindelijk eens min of meer snurkvrij. Mijn kamergenoten ‘der Claus’, ‘der Herbert’ en Thorkeild hielden zich heel rustig en over mijzelf hoorde ik vanmorgen ook geen klachten. Er zijn de afgelopen weken nachten geweest waarin het gesnurk werkelijk niet te harden was! Nog in het stikdonker gingen we al weer op weg, want voor vandaag stond 29 kilometer op het programma. Opnieuw was het voortdurend klimmen en dalen, maar voor de verandering waren de paden nu breed en effen zodat ik toch lekker opschoot. En de te bedwingen heuvels zijn nu niet zo hoog meer! Vandaag nog veel meer eucalyptussen dan gisteren gezien, soms leek het alsof ik in Australië liep. Het weer is nog steeds heerlijk, echt nazomer.

Rond 14.00u. bereikte ik Arzúa, een wat grotere centrumplaats. Mijn keuze voor de nacht viel op Albergue Via Lactea, waar ik nu eerst maar achter het internet ben gekropen. Zojuist zag ik de Deense dames hier ook weer, eigenlijk wel een toevalstreffer want er zijn hier nog een paar albergues. Straks de was doen (dat ik dát nog eens zo frequent zou doen, op dat punt heeft de Camino mij dus wel veranderd!), lekker douchen en eens kijken of er in dit stadje wat souvenirs gekocht kunnen worden.

Iedereen gegroet vanuit zonnig Galicië,

Jakob

07-10-2007

In Portomarín was het zaterdagmiddag en -avond goed toeven! Eerst de noodzakelijke was gedaan en daarna het stadje in, waar ik op een terras Thorkeild weer eens aantrof, nu in gezelschap van een groepje Deense dames en een paar Canadezen. Zoals hier gebruikelijk werd mij direct gevraagd om aan te schuiven, waarna het met een paar biertjes en een flinke pizza heel gezellig werd. En dat in een stralend zonnetje, wat wil een pelgrim in het zicht van de finish nog meer?

In een heerlijk ontspannen tempo liep ik vandaag opnieuw een bescheiden stuk: 24 kilometer van Portomarín naar Palas de Rei. In het begin was het hevig mistig maar later kwam een bleek zonnetje door. Het landschap was hetzelfde als gisteren, een voortdurende afwisseling van dorpjes en weilandjes en bosjes. Bewust gebruik ik hier verkleinwoordjes, want alles hier is kleinschalig! Tegen het eind van de wandeling kwam ik langs enkele eucalyptusbossen, nogal opvallend door de afwijkende kleur groen van deze bomen. In mijn routeboek staat dat de bladeren van de eucalyptus giftig zijn, zodat er bijna geen ander leven in en onder deze bomen mogelijk is. Dat wetende viel me inderdaad op dat de ondergrond onder de eucalyptussen helemaal kaal is. Mijn start vanmorgen was enigszins vertraagd omdat tijdens het ontbijt, in gezelschap van 2 vrolijke Duitsers die goed Nederlands verstonden (dat scheelt een stuk, met mijn Duits gebrabbel!), bleek dat de Formule-1 Grand Prix in China op punt van beginnen stond. Ik besloot even te blijven zitten om de start om 08.00u. ‘live’ mee te maken. Wat dat betreft is deze pelgrim al een beetje aan het terugkeren naar zaken die thuis belangrijk zijn, in dit geval voor beide zoons die alles van de Formule-1 op de voet volgen. Het regende licht in China, dus wellicht werd het een spectaculaire race. Ik moest echter gaan, de Camino riep mij! 

Het wordt nu met de dag drukker op de Camino. Vandaag haalde ik in het eerste uur zeker 60 tot 70 pelgrims in, en later op de dag zal ik de 100 wel bereikt hebben. Daarbij heb ik overigens niet het idee dat ik zo hard loop, eerder denk ik dat de pelgrims hier op het laatste stuk langzamer lopen dan degenen die ik eerder ontmoette (wellicht veel mensen die min of meer ongeoefend alleen de laatste 100 of 200 kilometer lopen?). De toenemende drukte maakt dat de albergues van de overheid (gratis in Galicië) overvol zijn, één van de redenen waarom ik vandaag voor de tweede opeenvolgende dag voor een particuliere albergue gekozen heb. Je betaalt er een paar euro voor, maar hebt dan wel net wat meer ruimte en meer voorzieningen (zoals internet en maaltijden in huis).

Volgens de markeringspaaltjes heb ik nog 66 kilometer te gaan tot Santiago (volgens mijn routeboekje nog 70 kilometer). Morgen probeer ik Ribadiso of Arzúa te bereiken. Voor nu een vriendelijke groet,

Jakob 

06-10-2007

Vandaag heb ik voor mijn doen lekker rustig aan gedaan, ‘slechts’ 24 kilometer van Sarria naar Portomarín. Overigens was dat nog lang genoeg want, hoewel het hier geen bergland meer is, het was niets anders dan klimmen en dalen. Daarbij passeerde ik zeker 10 dorpjes, de ene nog kleiner dan de andere. Af en toe moest ik de Camino delen met een kudde koeien op weg naar hun weiland. Het medegebruik door koeien maakte de Camino op sommige plekken behoorlijk glibberig! In de zoveelste afdaling kwam Portomarín in zicht. Deze wat grotere plaats lijkt op sommige plekken al eeuwen oud, maar schijn bedriegt! Enkele tientallen jaren geleden verdween het oorspronkelijke Portomarín geheel onder het water van een stuwmeer. Een aantal historische gebouwen werd steen voor steen afgebroken en in wat nu het huidige Portomarín is weer opgebouwd.

Vanmorgen bij het ontbijt zag ik opeens Dieter en Marita uit het Schwarzwald zitten, ik stond perplex! In de eerste week in Spanje kwam ik hen overal tegen. Marita had toen een vreselijk gezwollen voet, hoe kon zij nu op dezelfde afstand als mij zijn? Al snel kwam de aap uit de mouw: vanwege die voet hadden zij de hele meseta per bus overbrugd, toch snel een winst van een dag of 5! 

Dat ik het vanaf vandaag rustiger aan ga doen (dat betekent voor mij: géén afstand langer dan 30 km.) heeft te maken met de afstand die nog te gaan is. Volgens mijn routeboek nog ca. 98 km., terwijl op de markeringspaaltjes langs de route (iedere 500 meter staat er hier één met de nog te lopen afstand) op deze plek nog 89,5 te lopen km. staat aangegeven. Waarschijnlijk klopt de afstand op de paaltjes niet meer omdat jaarlijks er wel aanpassingen in de route plaatsvinden, bijvoorbeeld als er een nieuwe weg is aangelegd. Een tweede reden om rustiger aan te doen is mijn plan om op woensdag 10 oktober in de loop van de dag aan te komen in Santiago. Ik kan daar nu heel relaxt naar toe lopen, omdat Gideon inmiddels mijn vliegreis naar huis heeft geregeld (veel dank, dat scheelt mij een hoop geregel!). Zaterdagmiddag 13 okt. 17.10u. vlieg ik met Air Berlin via Mallorca naar Schiphol. Jullie begrijpen hieruit dat ik er definitief voor gekozen heb om niet ook nog naar Finisterre te lopen. Een flink aantal pelgrims loopt na aankomst in Santiago ook nog in 3 of 4 dagen naar Finisterre (de oceaan, ‘het eind van de wereld’), maar voor mij is het gewoon genoeg geweest. Als je mijn berichten leest dan denk je misschien dat het niet op kan qua energie, maar zelf voel ik dat lichamelijk én vooral psychisch het maximale bereikt is. Waarschijnlijk heeft dat te maken te maken met een psychologisch mechanisme, in die zin dat je je vooraf instelt op een bepaald doel en daarvoor de noodzakelijke energie uit jezelf haalt. Zou Santiago 1000 km. verder liggen dan zou dat helemaal geen probleem zijn. Maar is het doel eenmaal bereikt, hoe ver weg of dichtbij dan ook, dan heb je geen energie meer voor een niet echt noodzakelijk extraatje (althans zo werkt dat bij mij). Nu heb ik na aankomst nog 2 1/2 dag om in Santiago rond te kijken en wellicht met de bus naar Finisterre te kunnen, want ik wil nog wel het een en ander gaan bekijken.

Ik wens iedereen een heel goed weekend!

Jakob

05-10-2007

Bij het passeren van Triacastela zag ik een prachtige internetgelegenheid, dus daarom nu een berichtje terwijl ik nog onderweg ben. Kunnen mijn voeten ondertussen rusten!

Gisteren bereikte ik ‘s middags Galicië (Dick: wil je voor mij overmorgen in jouw programma ‘Un canto a Galicia’ draaien om deze mijlpaal met mij te vieren?). Overnachten deed ik in het dorp O Cebreiro, een dorp dat zichzelf een pré-historisch museumdorp noemt (een soort Orvelte in Drente, zeg maar). Het was zo pré-historisch dat er nergens internet te vinden was! In de avond ben ik naar de speciale mis voor pelgrims gegaan, maar dat was een wat trieste bedoening. Van de zeker 80 tot 100 in dit dorp aanwezige pelgrims vonden er maar 4 de weg naar de kerk. Marianna uit Koblenz, met wie ik eerder in een bar in gesprek was geraakt, was er wél. Na afloop met haar en een paar Zweden nog wat gedronken. Opnieuw was het wonderbaarlijk om te ervaren hoe snel je op de Camino met iemand een diepgaand gesprek kunt hebben. Al vrij snel na de kennismaking hadden Marianna en ik het over het loslaten van ouder wordende kinderen en het respecteren van hun keuzes in het leven. Zo vertelde Marianna van haar aanvankelijke moeite met de lesbische relatie van één van haar dochters.

De avond daarvoor (03-10-2007) werd door de sfeer in de traditionele albergue Ave Fénix in Villafranca del Bierzo een heel bijzondere ervaring. De eigenaars van de alberque, de familie Jato, kookten voor hun gasten een maaltijd en aten zelf ook mee. Vooraf werden de pelgrims toegesproken (in het Spaans, ik begreep er niets van maar het klonk vriendelijk!). Tijdens het eten raakte ik in gesprek met 2 Noorse dames, Eli en Mari. Toen ik belangstelling toonde voor hun leven in Noorwegen vertelden zij dat de laatste jaren veel Nederlanders naar Noorwegen gekomen zijn, voor de rust en de ruimte. Ik vertelde daar ooit wel eens van gedroomd te hebben, maar wie zit daar op een Nederlandse sociale dienst-medewerker te wachten? Vooral Eli raadde mij met klem aan om me te oriënteren op de mogelijkheden, want voor EU-onderdanen zou Noorwegen vrij toegankelijk zijn. Waarop ik luid uitriep: ‘How do I tell it my wife?’ Iedereen lachen natuurlijk, en daarna zei Eli dat ik het maar alvast op mijn weblog moest schrijven, dat zou Anita kunnen wennen aan het idee. Nou, hierbij dus! Uiteindelijk heb ik Eli maar opgebiecht dat ik niet van plan ben deze vage droom te realiseren, daarvoor voelen Anita en ik ons toch teveel verbonden aan onze familie, maar dat er wel een serieuze ondertoon in ons gesprek zat in die zin dat ik soms de grote drukte in Nederland wel eens zat ben. Voor het slapen gaan vroegen een paar Duitsers mij nog te helpen wat restjes wijn weg te werken, waarna de nachtrust diep en vredig was!

Zoals ik in het begin al zei, ik loop nu in Galicië. Langzaam daalt de route af van het gebergte aan de oostkant van de provincie. De vergezichten zijn weer schitterend! Ik kan er volop van genieten want het is hier, waar het zo vaak regenachtig en bewolkt is, werkelijk kraakhelder. Vandaag probeer ik nog een eind richting Sarria te komen. O ja, vanmorgen onderweg kreeg ik in een klein dorpje spontaan een pannenkoek aangeboden. Een vrouw had een hele stapel gebakken voor passerende pelgrims. Zij prees haar koeken aan als echt Galicisch, maar toen ze in de gaten kreeg dat ik uit Nederland kwam zei ze: ‘hier, pannenkoek’. Blijkbaar roept iedere passerende Nederlander daar ‘pannenkoek’, zodat dat woord erin gehamerd is bij haar!

Zoals het er nu naar uit ziet bereik ik, mits er geen onverwachte problemen komen, a.s. woensdag (10 okt.) Santiago de Compostela. Uiteraard probeer ik jullie ook van mijn laatste dagen hier te laten meegenieten! Hartelijke groeten,

Jakob

03-10-2007

Vandaag houd ik het bericht kort, want hier in Villafranca del Bierzo (ik overnacht in deze plaats vóór de zware etappe naar O Cebreiro) is veel animo voor maar één computer. De wandeling van vandaag voerde mij door het stedelijk gebied rond Ponferrada, met als hoogtepunt natuurlijk het zicht op de imposante burcht van de Tempeliers in Ponferrada zelf. Het kasteel beslaat een enorme oppervlakte. Ik wist overigens niet dat Ponferrada zo’n grote stad is, het lijkt nauwelijks onder te doen voor León. Het landschap is hier veel groener dan dat van een paar dagen geleden, je kunt goed zien dat we steeds westelijker komen. 

Het weer was bewolkt maar droog, gelukkig regent het hier vooral ‘s nachts! Gisteren moest ik na de pelgrimsmaaltijd (met Thorkeild, die opeens weer in dezelfde plaats als mij overnachtte) door de stromende regen terug naar de albergue, geen pretje want ik was op mijn badslippers op stap gegaan.

Vanavond is de pelgrimsmaaltijd hier in albergue Ave Fénix. Vrij uitzonderlijk, want meestal is er slechts een keuken (en soms ook dat niet) en moet je voor eten naar een restaurant. Morgen is hier ook ontbijt, al net zo uitzonderlijk. Ik ben benieuwd wie hier vanmiddag nog komen opdagen, want dat is elke keer weer een verrassing! Verder ga ik straks hier goed rondkijken want er is nogal wat te zien, o.a. een burcht en diverse kerken.

Ik groet jullie uit de wijnstreek El Bierzo,

Jakob

02-10-2007

In Rabanal del Camino maakte ik gisteren onverwacht nog een mis mee, waarbij 2 monniken alle teksten zongen. In al zijn eenvoud een indrukwekkende ervaring! Daarna op een drafje naar het restaurant voor de pelgrimsmaaltijd, deze keer in het gezelschap van 4 Australiërs die ik in de albergue ontmoette.

Vanmorgen begon mijn klim naar het Cruz de Ferro geheel in stijl: een dichte mist maakte ieder uitzicht onmogelijk! Gelukkig brak de zon door bij het bereiken van het pelgrimskruis, waarna ik de rest van de dagetappe onbeschrijfelijk genoten heb van het overweldigende berglandschap. Dit was één van de mooiste dagetappes, door een ongerept gebied terwijl de zon zowel wolken boven als onder mij bescheen. Onaards voor een Nederlander die zoiets normaal gesproken alleen vanuit een vliegtuig ziet! Onderweg waren er nog verrassingen zoals een bijna geheel verlaten en vervallen dorpje (Foncebádon) vol met loslopende honden (totaal niet geïnteresseerd in passerende pelgrims, gelukkig!) en een bergdorpje (Manjarin) met een duidelijk door de Tempeliers geïnspireerde albergue. Midden in ‘the middle of nowhere’ stond een opvallend rommelig optrekje, zowel binnen als buiten behangen met symbolen die iets met de Tempeliers van doen hebben (ik moest direct denken aan het mij door mijn zwager gegeven boek van Ouweneel over diens pelgrimstocht, waarin deze breeduit vertelt over de symboliek en de historische connecties tussen Camino en o.a. Tempeliers). Een Braziliaan in t-shirt met Tempeliers-kruis schonk gratis koffie!

Vandaag besloot ik de etappe in Molinaseca, na een heel zware afdaling over soms bijna onbegaanbare rotsachtige paden. Het was wel mooi zo, na 26 loodzware maar onvergetelijke kilometers!

En tenslotte, wat heb ík bij het Cruz de Ferro neergelegd? Thuis al koos ik voor een kiezelsteentje dat ik in juni jl. op een fietstochtje met Anita opraapte van de Linge-route bij Fort Asperen. Wat had dat met een last van thuis te maken? Voor mij stond het steentje, opgeraapt tijdens iets wat wij sámen deden, symbool voor de bezwaardheid die ik voelde door van Anita te vragen zo lang alleen op reis te mogen (zie ook mijn persoonlijk voorwoord van dit weblog). Ik voelde (en voel me nog steeds) me ten opzichte van Anita’s grootmoedigheid in het krijt staan en zal dit niet licht kunnen vergoeden. Wat ik er in ieder geval nog over wil zeggen: bij het kruis zei ik in gedachten aan Anita dat mijn pelgrimstocht een eenmalige gebeurtenis blijft, zolang wij samen zijn. Hoe ongekend gelukkig en dankbaar ik hier ook ben, ik ga geen tweede keer zo lang alleen op weg, over een paar weken gaan wij samen verder!

Morgen trek ik door Ponferrada, op weg naar Villafranca del Bierzo. Ik hoop jullie weer snel te kunnen berichten,

Jakob